Eurol Hellendoorn Rally, Racing & Events, Rally Nieuws, Specialty
28 August 2019

Eurol smeermiddelen op maat voor Hyundai van Bob de Jong

To finish first, you first have to finish.’ Dat gezegde gaat absoluut op in de rallysport en het zorgt ervoor dat topteams geenszins beknibbelen op hun materiaal, ook niet op de laatste honderden euro’s om de techniek optimaal te laten smeren. “Beter dat investeren dan motorschade voor je kiezen krijgen,” stelt Bob de Jong, die sinds 2016 de smeermiddelen van Eurol gebruikt.

Zijn gelijk hoeft de huidige koploper in het Nederlands Rallykampioenschap niet meer te bewijzen, gezien zijn prestaties. Daarbij verdient de Hyundai i20 R5 belangrijke credits, nota bene het eerste rallywapen van het Koreaanse concern en meteen een schot in de roos, zoals al eerder op WRC-niveau duidelijk werd. De Jong kan er in ieder geval bijzonder goed mee uit de voeten en realiseert zich tegelijkertijd dat hij de auto technisch alle benodigde aandacht moet geven, zonder details aan het toeval over te laten. Er stroomt zelfs op maat gemaakte olie door de 1.6 GDI-motor en de turbocompressor, een product van hoofdsponsor Eurol. De Nederlandse smeermiddelenfabrikant, actief in diverse takken van autosport, ziet in het rallytalent een dijk van een ambassadeur. “Bob de Jong rijdt zich met zijn overwinningen overal in de kijker en gebruikt WRC-materiaal, dat dus tot de wereldtop behoort,” motiveert Dirk van der Veen, Business Development Manager Specialty Lubricants.

Minder motorvervuiling

Aan Eurol de schone taak om de juiste olie te selecteren die de stevig getunede Hyundai-motor onder extreme belasting probleemloos draaiende houdt. Het betreft overigens een verkleinde versie van de tweeliter in de straatauto i30 N, met een andere krukas en drijfstangen. Zodra de turbocompressor zijn volle anderhalve bar bereikt, piekt het vermogen op 280 pk en dat is niet gering voor een 1.6 die vooral heel moet blijven. “Het onderhoudsschema schrijft elke 3000 kilometer een rebuild of vervanging voor,” aldus De Jong. “Op jaarbasis gebruiken we tussen de 25 en de 40 liter olie. Er gaat in totaal zes liter in de motor; veel meer dan in de DS3, die slechts 3,5 liter slikte. Het betekent dat er minder vervuiling optreedt en dat verversing niet na elk evenement, maar om de twee à drie rally’s hoeft plaats te vinden. Olie verbruiken doet het blok nauwelijks, al moet ik er wel bij zeggen dat er vermenging met benzine optreedt, veroorzaakt door een zeer rijke afstelling. Bij gas los blijven de injectoren inspuiten, onder andere om het ALS-systeem te laten werken, dat de turbodruk op peil houdt. Overigens beschikt elke R5 volgens FIA-regelgeving over een pop-off valve, een mechanische beveiliging die ervoor zorgt dat teams geen elektronische trucs uithalen. Bereikt de turbo 1,5 tot 1,6 bar, dan gaat er een klep open en valt de druk weg, totdat je het gaspedaal lift. Onbedoeld gebeurt dat wel eens wanneer je heel abrupt accelereert, bijvoorbeeld in de eerste versnelling vanuit een hairpin.”

Ongelimiteerd

Techniek die onder zulke extreme omstandigheden draait stelt heel specifieke eisen aan smeermiddelen. Enkele jaren geleden riep Eurol, dat een ijzersterke reputatie nastreeft en daartoe de sport als uithangbord gebruikt, de afdeling Specialty Lubricants in het leven en Dirk van der Veen stond mede aan de wieg daarvan. “Het draait hier niet om volumeproductie, zoals in opdracht van grote autofabrikanten, die alle specificaties voorschrijven. In de ontwikkeling hoeven we geen rekening te houden met zaken als verkoopmarge, maar kunnen we ongelimiteerd het beste van het beste voor de specifieke toepassing realiseren. Je praat dan over batches die in de tientallen liters lopen. In dit geval hebben we de olie die Hyundai zelf in het WRC gebruikt volledig geanalyseerd in ons laboratorium, om precies te weten te komen welke ingrediënten en additieven deze bevat, bijvoorbeeld om de verdunning door verrijking met brandstof te compenseren. Dat vormde voor ons het uitgangspunt. Overigens hoef je bij een rallywagen weer geen rekening te houden met dingen die bij moderne straatauto’s spelen, zoals een roetfilter en inwendige vervuiling door een arm mengsel.”

Uniek in de wereld

Binnen Specialty Lubricants ontwikkelt Eurol onder meer ook versnellingsbak- en differentieeloliën alsmede smeervetten voor componenten als wiellagers, homokineten en uniballs. “Daar komt het nog veel kritischer,” vertelt Van der Veen. “Naast de toevoeging van additieven wordt olie vermengd met een verdikker, maar die willen zich onder hoge temperatuur en druk van elkaar scheiden. Dat gebeurt met name in niet-gesloten systemen, zoals homokineten. ‘Het bloeden van olie,’ heet dat. Wij zijn erin geslaagd om dat succesvol tegen te gaan met onze SYNGIS Technology; uniek in de wereld.” De techneut demonstreert het verschil met goedkopere smeervetten via enkele proefjes. Aangebracht op een papiertje zie je dat de SYNGIS Technology als enige niet doorlekt en uitgesmeerd op een metaalplaatje laat het zich niet wegduwen, in tegenstelling tot de twee alternatieven. Ook het wegglijden als een boterklontje na verhitting treedt nauwelijks op en bij vermenging met water laat het zich evenmin verdrijven. Van der Veen strooit er zand in, dat zichtbaar ingekapseld wordt door het vet en aldus geen mechanische schade kan aanrichten. Tijdens een laatste proef laat hij machinaal een lager draaien, onder druk van een tonnetje dat daar met een gewicht van 300 kilogram tegenaan leunt. Bij de goedkopere smeervetten steken onheilspellende schuurgeluiden de kop op en slijt het metaal uit, bij de SYNGIS Technology gebeurt dat nauwelijks. “Overtuigd?” vraagt Van der Veen. “Het product is tevens vuil-, zout- en zuurbestendig. Bij Eurol willen we op alle fronten maximaal scoren.” Bob de Jong bewijst het.

De titel in zicht

Kijkend naar de huidige triomftocht van Bob de Jong in het Nederlands Rallykampioenschap, met serieus zicht op de titel, lijkt alles bij hem van een leien dakje te gaan. De Hyundai i20 R5 bewijst zich in ieder geval als een capabele en betrouwbare machine en navigator Bjorn Degandt weet de beheerste stuurman de laatste fijne kneepjes bij te brengen, nadat De Jong eerder een fantastische leermeester vond in Kees Hagman. Aan boord regeert de Vlaamse taal. “Dat gaat altijd zo als ik Belgisch gezelschap heb. Ik woon mijn leven lang al over de grens bij Roosendaal, in Essen.” Het goede voorbeeld op de rallypaden kwam van wijlen vader Bert de Jong, die het spelletje zo’n twintig jaar bedreef. “Net toen ik het allemaal interessant begon te vinden, ergens rond mijn vijftiende of zestiende, besloot hij te stoppen. Nog één keer gingen we samen met zijn navigator Ton Hillen bij de GTC kijken en ineens kregen ze de smaak weer te pakken.”

Senior plakte seizoen 2008 en 2009 er weer aan vast en het jaar erop rolde zijn zoon in de sport, die in 2011 definitief beweest het talent van zijn vader te hebben, door met een Mitsubishi Lancer het Groep N-kampioenschap op zijn naam te schrijven. Dat deed hij twee jaar nadien nog eens dunnetjes over in het algemene NK Rally met een Lancer WRC. Bob de Jong sloot zich in 2015 aan bij de R5-mode en verscheen met een Citroën DS3 ten tonele, naar goede familietraditie opgebouwd bij DDG Motorsports. Voor 2016 stond een vol seizoen in het Belgian Rally Championship op de planning, maar een flinke klapper tijdens de shakedown voor Spa in 2016 gooide roet in het eten. “We gingen er hard af en dat schopte een flinke deuk in het budget. Pas in september, na de wederopbouw van de DS3 R5, konden we weer aanhaken.” Sinds eind 2017 jagen De Jong en Degandt met importeursondersteuning een Hyundai i20 R5 over de proeven. “Met op dat moment de Citroën C3 R5 in aantocht moest ik vooral niet te lang wachten met het verkopen van de DS3. Dat was trouwens toch al nooit mijn beste vriend. Typisch een Franse asfaltauto met een onrustig weggedrag; niet breed inzetbaar. De Hyundai met zijn langere wielbasis gedraagt zich veel vergevingsgezinder.”

bron: Start84 autosportmagazine, uitgave editie september 2019